Dit artikel bestaat uit twee afzonderlijke posts, oorspronkelijk gepubliceerd op 15 oktober 2005 en 14 maart 2007 op blog.luxzenburg.org. Ze worden hier samen herpubliceerd als historisch document en weerspiegelen de ideeën van de auteur op die momenten.


I. Burkhaverbod (oktober 2005)

Het Nederlandse parlement heeft ingestemd met een verbod op de boerka in openbare ruimten. Als Nederlander én als moslim vraag ik me af wat de voordelen en de democratische rechtvaardiging van dit verbod zijn.

Laat ik voorop stellen: ik denk dat de boerka — een kledingstuk dat eeuwen na het overlijden van onze geliefde Profeet is uitgevonden — helemaal niet islamitisch is. De keuze om er een te dragen ligt volledig bij de vrouw, of zij heeft zich onderworpen aan de wil van haar man. Ik heb geen mening, behalve dat ik mijn partner zeker nooit zou toestaan er een te dragen — als ik haar iets mocht toestaan of verbieden, wat naar mijn bescheiden mening niet het geval is: man en vrouw zijn gelijk voor Allah, zoals de Koran stelt.

Maar mijn bezwaar richt zich op het verbod zelf. Nederland beweert een democratie te zijn, maar dit soort acties — aangestuurd door extreem-rechtse conservatieven — bewijst slechts dat Nederland bezet wordt door laffe neonazistische fascisten. In Amsterdam loopt al jaren een man in zijn tanga rond. Dat mag — vrijwel naakt. Maar jezelf goed bedekken is verboden? Zijn we allemaal paranoïde geworden, of gewoon openlijk anti-moslim?

Ik ben het ook niet eens met naaktheid in openbare ruimten, maar dat is niet verboden in Nederland. Ik kan me voorstellen dat bepaalde groepen het niet waarderen hoe sommige homo’s zich kleden tijdens de Gay Pride — maar ook dat is niet verboden. Moeten onze zusters dan een Muslimah-pride organiseren om het recht te krijgen een kledingstuk te dragen dat zij als islamitisch beschouwen?

Wie is de Nederlandse overheid om te bepalen wat islamitisch correct is? Wie is Geert Wilders om te beslissen wat goed is voor moslims in Nederland? Ik weet zeker dat hij het niet doet voor de islamitische vrouwen. Hij doet het tégen de islam, zoals hij elke zinloze idiote idee probeert om moslims te irriteren en de islam te frustreren. Ik roep mijn broeders en zusters op hem niet fysiek aan te vallen — dat is precies wat types als hij willen. We kunnen alleen protesteren via woorden en onze democratische rechten langs democratische weg verdedigen.


II. Boerkaverbod, opnieuw (maart 2007)

Geert Wilders wil een boerkaverbod. Omslachtig wordt uitgelegd wat dat allemaal zou inhouden. De coalitiepartij CDA wil iets soortgelijks, maar verpakt het wat neutraler als een algeheel verbod op gezichtsbedekkende kleding — inclusief integraalhelmen.

Wat een onzin.

In Amsterdam skate al jaren een man in zijn tanga rond, vrijwel naakt. Dat mag. Maar jezelf goed bedekken is verboden? Zijn we allemaal paranoïde geworden, of gewoon openlijk anti-moslim?

En het integraalhelmargument slaat nergens op. Heb je ooit iemand met een integraalhelm zien rondlopen, anders dan een brommerrijder? En dan alleen omdat het verplicht is. Moet de politie straks brommerrijders aanhouden wegens overtreding van de wet op gezichtsbedekkende kleding? Dat het CDA dit soort voorstellen steunt, toont het democratisch failliet aan.

Ik ken geen moslims in boerka. Wel met hoofddoek, en nog meer zonder. Het gaat dus om een buitengewoon kleine groep vrouwen. En de politiek stort zich er massaal op? Laat ze zich bezighouden met serieuze zaken. Of in elk geval met de negentig procent van de moslims in Nederland die functioneert zoals de samenleving dat wenst. Door met een vergrootglas naar de kleine minderheid van boerkadragers en zogenaamde jihadisten te kijken geef je een negatief signaal af aan een grote groep. Zo ontstaat een steeds grotere kloof tussen bevolkingsgroepen. Dat is precies wat Wilders wil. Maar kan de coalitie daar achter staan?