Deze gedichten werden oorspronkelijk gepubliceerd in oktober 2004 op blog.luxzenburg.org. Ze worden hier herpubliceerd als historisch document en weerspiegelen de ideeën en gevoelens van de auteur op dat moment.


Donkere zonneschijn

De zonnestralen pakken zich samen
Mensen lachen
Een hond blaft
Kinderen spelen
De dag wacht tot ze kan overgaan
Nacht

Starend stuur ik door het leven
Automatische piloot
Willen geven, maar nemen
Stapelwolken
De donder hoopt zich in me op
Het kan nergens heen
Ik straal donkere zonneschijn
Alles om me heen lijdt pijn

Een bloem in de bloei
Ik zie een blad dat verwelkt
Een jong verliefd stel flirt
Ik zie de basis van ruzie in haar blik

Wie ben ik, wat geloof ik?

De druk wordt hoog, pijnigt de geest
Mijn lichaam trilt, nog even en ik ben er geweest?
Toch, nog lang niet, ik geniet!
Van kleine zaken
En de groeiende drukkende donder?
Ooit zal die ontladen
Tot die tijd is de mogelijkheid
De energie te gebruiken
Om te zetten
In dadendrang
Liefde
Eeuwige, durende liefde
Een houden van zo krachtig
Diep, zo ver
Waar het licht wacht
Tot mijn liefde is teruggebracht!


Zonderling

Een man op een bank
Een bank in het park
Zit daar, de gehele dag
En staart, staart voor zich uit

Waar denkt hij aan?
Het verdriet van verlies
Zijn vrouw verloren
Een vrouw die hij niet eens had
Maar zij, zij hield van hem

Een traan biggelt over zijn wang
Nu beseft hij pas wat hij mist
Zijn liefde voor haar overtrof
Tja, overtrof alle schoonheid ter wereld
Maar nu, hij was te laat
Altijd was hij eenling
Nu zonderling!


Pijn

In je ogen zie ik gevoel
Aan je stem hoor ik medeleven
Jouw hand op mijn arm voelt begrijpend
En toch
Toch kan ik mijn probleem bij jou niet kwijt
Want mijn probleem dat ben jij
Omdat ik van je hou!


Onbegrip

Soms begrijp ik mensen niet
Dan zijn ze vriendelijk
Het volgende moment kwaad
Goede dingen daarover wordt gezwegen
De slechte, daarop word je afgekraakt
Nooit een dank je of goed gedaan
Nee, alleen maar, eikel hoe bedenk je het!

Waarom altijd zo radicaal, zo furieus?
Nooit genuanceerde kritiek, nee
Meteen afgekraakt worden
De grond ingeboord, alles en alleen
Dan leer je je fouten af
Denkt men, ik denk één ding
Mensen raken zo hun frustraties kwijt
Ze reageren hun kwalen af, op jou

Mensen begrijpen mij niet
Ze weten niet half hoe ik ben
Maar ze weten niet welke kant
Voor de één ben ik een lolbroek
De ander zegt een filosoof
Een idealist of een dromer
Die zijn ook favoriet

En ja ik ben een dromer
Ik droom over geluk
Hoe dat te krijgen is, ook voor een ander
Ik droom over de zin des levens
Wat dat is en hoe te bereiken
Ik wil zorgen voor anderen
Ik wil hen dienen, en toch
Er zijn mensen die mij veroordelen
Ik zou een egoist zijn
Alleen voor mezelf zorgen
Ik zou tweemaal een lul zijn
Belangrijke dingen verwaarlozen
Omdat ik aan mijn eigen plezier denk

Was het maar waar denk ik soms
Dacht ik maar wat vaker aan plezier
Het enige wat ik voor ogen heb
Dat is de ellende die er heerst
En hoe dat opgelost dient te worden
Mensen begrijpen mij niet
Ik ook niet, maakt niet uit!


Anders

Soms denk ik dat ik anders ben
Anders dan anderen
Anders dan de rest
Waarom? Hoe komt dat?
Soms denk ik, wil ik een dier zijn
Alles behalve mens
Vrij en onbezorgd, onbedorven
Onschuldig maar ook schuldig
Soms denk ik dat ik een filosoof ben
Een denker die denkt
Over alles wat er gebeurt
Of een musicus die dicht
In klanken
In emoties
Met een filosofische boodschap aan de mens
Ben ik anders?
Ben jij ook zo?
Anders zijn! Wat is dat?
Gelijk, anders dan jij!


Hurt

It hurts when I’m called
Because I have to face life
Is it forbidden to make faults?
I’ll never know, but it might
I try to hide away in spirituality
Philosophy is what interests me
Asking the why of behaviour
Observing people, looking for something
So I don’t want to be disturbed
And therefore, as you call me it hurts