Dit artikel werd oorspronkelijk geschreven op 14 juni 2007 en gepubliceerd op blog.luxzenburg.org. Het wordt hier herpubliceerd als historisch document en weerspiegelt de ideeën van de auteur op dat moment.


Momenteel woedt er een debat over de seculiere republiek Turkije. Een nieuwe president wordt gekozen door het parlement, waarin de religieuze AK-partij een absolute meerderheid heeft. In de eerste ronde won Gül, de kandidaat van de AK-partij. Maar het constitutionele hof heeft de verkiezingen ongeldig verklaard. Het leger heeft al gesteld de seculiere republiek met alle beschikbare middelen te zullen verdedigen — en afgelopen weekend protesteerden honderdduizenden Turken tegen de verkiezing van een ‘religieuze’ president. Zijn vrouw draagt nota bene een hoofddoek.

Wat mij verbaast is het automatisme waarmee de Nederlandse media de seculiere kant kiezen. Er wordt gesproken over ‘islamisering’ van Turkije, een premier die fundamentalist zou zijn. Laten we eerst eens naar onszelf kijken. Nederland wordt geregeerd door een christelijk gereformeerd trio — alle drie afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam, en twee zijn lid van een christelijke partij, waarvan één nog als ‘fundamentalistisch’ bestempeld kan worden.

Als we hetzelfde taalgebruik op Nederland toepassen als op landen met een overwegend moslimbevolking, ziet Nederland er dan niet hetzelfde uit als Turkije? Landen met een overwegend moslimbevolking noemen onze media steevast ‘islamitische landen’. Landen met een overwegend christelijke bevolking noemen ze nooit ‘christelijke landen’. Turkije is een ‘seculiere republiek’, maar tegelijk een ‘islamitisch land’. Dan is Nederland toch ook een ‘seculiere monarchie’ én een ‘christelijk land’?

De AK-partij is een religieuze partij, en dat zou verboden moeten worden, zo lijken sommige media te stellen. Maar voor een verbod op de SGP, CU of CDA pleit niemand. Waarom mogen er wel christelijke partijen bestaan, maar geen moslimpartijen? Komt er eindelijk een groep moslims in een fragiel democratisch land met een democratische partij, dan is het weer niet goed.

Er wordt gemeten met twee maten. Bij moslims wordt gekeken naar fundamentalisme, terrorisme, ondemocratische beginselen uit de Koran — als het maar negatief is. Dat de Bijbel ook geen toonbeeld is van democratie, gelijke rechten voor vrouwen en geweldloosheid wordt verzwegen. Er wordt dan altijd gesteld dat christenen die passages ‘in de tijd plaatsen’. Laten we stellen dat de meerderheid van de moslims dat ook doet met bepaalde passages. Neem een willekeurig erkend en hooggeacht lid van de ulema, en hij zal vrede prediken. Een klein aantal obscure fanatici krijgt de volle aandacht en bepaalt het beeld. Zelfs de media erkennen dat, maar herhalen dat beeld desondanks.