Dit artikel werd oorspronkelijk geschreven op 15 mei 2005 en gepubliceerd op blog.luxzenburg.org. Het wordt hier herpubliceerd als historisch document en weerspiegelt de ideeën van de auteur op dat moment.
De New York Times publiceert artikelen van de Council on Foreign Relations over de militaire dreiging van China. Eén artikel beschrijft hoe China in de afgelopen vijftien jaar zijn militaire uitgaven en capaciteiten fors heeft uitgebreid — van een basisleger tot een geavanceerde strijdmacht die de VS kan evenaren in defensieve kracht, al blijft de capaciteit om buiten China te opereren voorlopig beperkt.
Het artikel bevat een opmerkelijk citaat. Defensieminister Donald Rumsfeld vroeg op 4 juni in Singapore scherp: “Aangezien geen enkel land China bedreigt, moet men zich afvragen: waarom deze groeiende investering? Waarom deze aanhoudende grote wapenaankopen? Waarom deze robuuste uitbreidingen?”
Dit is afkomstig van de defensieminister van een land dat 8 miljard dollar per week uitgeeft aan een oorlog in Irak die ze zelfs aan hun eigen bevolking niet kunnen rechtvaardigen. China geeft volgens het artikel zo’n 30 miljard per jaar uit aan defensie — laten we zelfs 100 miljard aannemen voor de wildste schattingen. De VS geeft 200 miljard alleen al aan de oorlogsinspanning in Irak — los van het basisbudget van het Pentagon van ruim 400 miljard dollar.
Een ander punt dat het artikel aanvoert om angst voor het ‘Gele Gevaar’ te voeden: het Chinese leger telt 2,3 miljoen militairen. Precies evenveel als het Amerikaanse leger — dat echter wel kan leven van die 400 miljard dollar tegenover de Chinese 100 miljard.
Waarom vraagt een defensieminister die zo’n kolossale en rijke organisatie leidt een land met evenveel mensen, evenveel middelen en dezelfde dreigingen ter verantwoording? Waarom stellen Amerikaanse media dit soort uitspraken nooit ter discussie? Ik kan maar één reden bedenken: ze wakkeren angst aan bij de eigen bevolking om exorbitante uitgaven te rechtvaardigen, en om aandacht af te leiden van die uitgaven. En met ’elk ander land’ bedoel ik elk land — want zelfs Europa wordt in dit artikel neergezet als de gevallen bondgenoot die de VS verraadt door bereid te zijn wapens aan China te verkopen.
De VS lijkt spoken te zien op zijn weg, en droomt er maar op los dat de wereld van hen houdt en dat ze de wereld moeten redden.